Een eerste indruk. Een second opinion.

Een eerste indruk. Wat is hij of zij er voor eentje? Het inschatten van persoonlijkheid gebeurt moeiteloos, onbewust en automatisch. Ook bij sollicitatiegesprekken. Maar de vereiste nauwkeurigheid om te kiezen of we iemand benaderen of vermijden (wat in de evolutionaire geschiedenis extreem belangrijk is geweest), verschilt sterk van de vereiste nauwkeurigheid om te bepalen of iemand geschikt is voor een functie. Dan is een ‘second opinion’ nodig. Bijvoorbeeld door de inzet van een persoonlijkheidsassessment.

In deze blog:

  • Wat zeggen onze eerste indrukken?
  • Wij zijn allemaal experts
  • Niet onfeilbaar
  • Stereotypen doen er niet toe
  • Natuurlijk gedrag geeft de doorslag
  • Ook op afstand
  • Conclusie

Wat zeggen onze eerste indrukken?
De mens is een sociaal complexe diersoort voor wie het correct inschatten van elkaars persoonlijkheid van wezenlijk belang is (Haselton & Funder, 2006). Het inschatten van persoonlijkheid gebeurt moeiteloos, onbewust en automatisch. Waarschijnlijk is het maken van persoonlijkheidsinschattingen zo natuurlijk dat we het proces dat niet eens kunnen onderdrukken als we het zouden proberen.

Er wordt aangenomen dat dit vermogen tijdens de evolutionaire geschiedenis extreem belangrijk geweest om snel uit te kunnen vinden of iemand een mogelijke partner, vriend of vijand is (Schaller, 2008). We moeten dus minimaal verwachten dan een eerste indruk ons in staat stelt een indruk te vormen die goed genoeg is om een vijand van een vriend te onderscheiden.

Wij zijn allemaal experts
Het is niet verrassend dat vrijwel iedereen in staat is om de persoonlijkheid van anderen in te schatten (Allik, De Vries, & Realo, 2016). Uiteraard hebben we van mensen die dichtbij ons staan het beste beeld, zoals van onze familie en vrienden. Echter ook onze inschattingen van verschillende persoonlijkheidstrekken van onze kennissen en collega’s zijn behoorlijk accuraat (Allik et al.,; Connolly, Kavanagh, & Viswesvaran, 2007; De Vries, 2010).

Ook van mensen die we niet kennen, vormen we snel een (vaak enigszins correcte) indruk. Zo blijkt bijvoorbeeld dat na een korte kennismaking met een vreemde er al enige nauwkeurigheid is in de impressies van persoonlijkheidstrekken als extraversie en consciëntieusheid (de mate waarin iemand georganiseerd, perfectionistisch en ijverig is) (Connolly, et al., 2007).

Niet onfeilbaar
De vereiste nauwkeurigheid om te kiezen of we iemand benaderen of vermijden, verschilt sterk van de vereiste nauwkeurigheid om te kiezen wie we benaderen met een bepaald doel voor ogen. Zeker wanneer een keuze kostbaar en langdurig is (zoals bij het aannemen van een werknemer of een promotie). De vereiste nauwkeurigheid om dergelijke keuzes goed te maken is dan vele malen hoger dan we van een eerste indruk kunnen verwachten omdat die ons vooral stuurt in het benaderen of vermijden van personen (Schaller, 2008).

Het moge duidelijk zijn dat onze eerste indrukken niet onfeilbaar zijn. Maar ze bevatten wel belangrijke informatie. Waar baseren we deze eerst indrukken dan op?

Stereotypen doen er niet toe
Hoewel stereotypen over het algemeen correcter zijn dan we gewoonlijk aannemen (Jussim, Crawford, & Rubinstein, 2015), spelen stereotypen in onderzoeken naar eerste indrukken maar een verrassend kleine rol. Als voorbeeld dient het een onderzoek waarin deelnemers op basis van zeer korte filmfragmenten een inschatting van de persoonlijkheid van totale vreemden maakten (Borkeneau, Mauer, Riemann, Spinath, & Angleitner, 2004). En wat bleek? De deelnemers aan dit onderzoek konden op basis van deze beperkte informatie best een aardige inschatting maken. Stereotypen op basis van sekse en leeftijd leverden een verwaarloosbare bijdrage aan de nauwkeurigheid van de inschattingen.

In het algemeen lijkt het erop dat stereotypen vooral gebruikt worden wanneer er geen goede diagnostische informatie beschikbaar is (Jussim et al., 2015). Tenminste voor het inschatten van persoonlijkheid blijkt dat in veel situaties er genoeg diagnostische informatie beschikbaar is om een eerste indruk enigszins in de goede richting te sturen.

Natuurlijk gedrag geeft de doorslag
Er is zoveel diagnostische informatie beschikbaar omdat we in ons gedrag veel accurate informatie over onze persoonlijkheid stoppen. Zo is op basis van de kracht van een handdruk al een aardige indruk te maken van iemands extraversie en dominantie (Chaplin, Phillips, Brown, Clanton, & Stein, 2000).

Het belang van natuurlijk gedrag wordt verder geïllustreerd aan de hand van het onderzoek van Naumann, Vazire, Rentfrow en Gosling (2009). In dit onderzoek werd van mensen twee foto’s gemaakt: één waarbij zij zelf een pose mochten aannemen en één waarbij zij allemaal dezelfde pose moesten aannemen. Zoals je al kunt raden, werden de meest accurate inschattingen gemaakt bij de foto’s waarop mensen zelf hun pose mochten kiezen.

Ook op afstand
Alle informatie hierboven berust erop dat we de andere persoon in kwestie kunnen zien. Maar we vormen ook inschattingen van mensen met wie we op afstand contact hebben, bijvoorbeeld tijdens een telefoongesprek, e-mailwisseling of chat. Het blijkt dat de waargenomen persoonlijkheid op basis van dergelijke communicatievormen ook weer enige nauwkeurigheid bevatten. Maar andere persoonlijkheidstrekken komen duidelijker naar voren bij een live interactie (Wall, Taylor, Dixon, Conchie, & Ellis, 2013).

Bij een face-to face interactie is voornamelijk extraversie goed waar te nemen, terwijl bij chats en telefoongesprekken consciëntieusheid en openheid voor ervaringen beter tot hun recht komen. Het lijkt dat ons talent voor het inschatten van persoonlijkheid niet gehinderd wordt door de afwezigheid van de persoon.

Zelfs de inrichting van een slaapkamer of kantoor zorgt voor een aardige inschatting van iemands consciëntieusheid en openheid voor ervaringen (Gosling, Ko, Mannarelli, & Morris, 2002). Maar ook hier blijkt weer dat wanneer een bedrijf werknemers verhindert werknemers zelf hun kantoor in te richten dat dan een kantoor niets meer zegt over zijn of haar bewoner (Wells & Thelen, 2002).

Conclusie
Uit al deze psychologische onderzoeken blijkt dat we aardig in staat zijn om een eerste indruk te vormen van personen die we niet kennen. De belangrijkste voorwaarde lijkt wel dat de persoon de ruimte heeft om zijn of haar natuurlijke gedrag te vertonen. Verder moet er opgemerkt worden dat deze inschattingen niet voor alle persoonlijkheidstrekken even nauwkeurig zijn. Ook is in sommige gevallen wanneer we een eerste indruk van iemand vormen de vereiste nauwkeurigheid vele malen hoger dan we van een eerste indruk kunnen verwachten. Zeker wanneer een keuze kostbaar en langdurig is (zoals bij het aannemen van een werknemer of een promotie). Dan is een ‘second opinion’ nodig. Bijvoorbeeld door de inzet van een assessment.

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met prof. dr. Reinout de Vries en prof. dr. Mark van Vugt, Vrije Universiteit Amsterdam.


Bronnen:
Allik, J., De Vries, R. E., & Realo, A. (2016). Why are moderators of self-other agreement difficult to establish? Journal of Research in Personality, 63, 72-83.
Borkeneau, P., Mauer, N., Riemann, R., Spinath, F. M., & Angleitner, A. (2004). Thin slices of behavior as cues of personality and intelligence. Journal of Personality and Social Psychology, 86(4), 599-614.
Chaplin, W. F., Phillips, J. B., Brown, J. D., Clanton, N. R., & Stein, J. L. (2000). Handshaking, gender, personality and first impressions.  Journal of Personality and Social Psychology, 79(1), 110-117.
Connolly, J. J., Kavanagh, E. J., & Viswesvaran, C. (2007). The convergent validity between self and observer ratings of personality: A meta-analytic review. International Journal of Selection Assessment, 15(1), 110-117.
De Vries, R. E., (2010). Lots of target variance: An update of SRM using the HEXACO personality inventory. European Journal of Personality, 24, 169-188.
Gosling, S. D., Ko, S. J., Mannarelli, T., & Morris, M. E. (2002). A room with a cue: Personality judgments based on offices and bedrooms. Journal of Personality and Social Psychology, 82(3), 379-398.
Haselton, M. G., & Funder, D. C. (2006). The evolution of accuracy and bias in social judgment. In M. Schaller, J. A. Simpson, & D. T. Kendrick (Eds.), Evolution and social psychology (pp. 15-38). New York, NY: Psychology Press.
Jussim, L., Crawford, J. T., & Rubinstein, R. (2015). Stereotype (in)accuracy in perception of groups and individuals. Current Directions in Psychological Science, 24(6), 490-497.
Naumann, L. P., Vazire, S., Rentfrow, P. J., & Gosling, S. D. (2002). Personality judgments based on physical appearance. Personality and Social Psychology Bulletin, 35, 1661-1671
Schaller, M. (2008). Evolutionary bases of first impressions.  In N. Ambady & J. J. Skowrinski (Eds.), First Impressions (pp. 15-34). New York, NY: Guilford Press.
Wall, H. J., Taylor, P. J., Dixon, J., Conchie, S. M., & Ellis, D. A. (2013). Rich contexts do not always enrich the accuracy of personality judgments. Journal of Experimental Social Psychology, 49, 1190-1195.
Wells, M., & Thelen, L. (2002). What does your workplace say about you? The influence of personality, status, and workspace on personalization. Environment And Behavior, 34(3), 300-321.
Ard Barends
Ard Barends
Ard Barends is PHD Student aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij leidt een samenwerkingsverband tussen LTP en VU Amsterdam, gericht op ontwikkeling en onderzoek.